Huwelijksvoorwaarden bij echtscheiding

Aan het begin van een huwelijk denkt vrijwel niemand heel diepgaand na over een echtscheiding. Sommigen nemen nog wel de moeite om huwelijksvoorwaarden te sluiten, maar wat staat daar eigenlijk in?

Vaak blijkt bij echtscheiding dat de jaren geleden gemaakte huwelijksvoorwaarden niet duidelijk zijn of passend zijn voor de situatie nu.

Een voorbeeld uit de praktijk: Partijen trouwen 25 jaar geleden en sluiten huwelijksvoorwaarden. Daarin staat dat er geen gemeenschap van goederen tussen hen zal bestaan. De bedoeling is dat het vermogen van partijen gescheiden blijft, behalve als het gaat om het inkomen uit arbeid. Dit wordt gezamenlijk gebruikt om het huishouden te bekostigen. Enig overschot van dit inkomen wordt jaarlijks via een verrekenbeding tussen partijen verdeeld. Op dat moment heeft de man een eenmanszaak en de vrouw werkt part-time. De huwelijksvoorwaarden zijn met name ingegeven om de vrouw te beschermen tegen schuldeisers van de man. Partijen besluiten te gaan scheiden en pakken na lange tijd de huwelijksvoorwaarden er bij.

Probleem 1:

De man heeft inmiddels een aantal succesvolle ondernemingen, die hij heeft onderbracht in verschillende B.V.’s. Wat is nu zijn inkomen? Is dat alleen het management fee dat hij zichzelf betaalt of ook (opgepotte) bedrijfswinst en/of dividend? De huwelijksvoorwaarden definiëren niet duidelijk wat we in de nieuwe situatie onder inkomen moeten verstaan.

Probleem 2:

Partijen zagen tijdens het huwelijk nooit de noodzaak om het overschot aan inkomen jaarlijks met elkaar af te rekenen, maar stortten wel regelmatig bedragen van de salarisrekening op een spaarrekening. Op een gegeven moment is het spaargeld, dat zij zo samen hebben opgebouwd, gebruikt om een grote verbouwing te bekostigen van het huis, dat op naam staat van de man. Kan de vrouw nu aanspraak maken op een deel van de waarde van de woning aangezien ook zij op deze manier in de woning heeft geïnvesteerd?

Probleem 3:

De man komt bij een advocaat, die hem uitlegt dat, wanneer de overschotten aan inkomsten niet jaarlijks zijn verrekend, bij scheiding een rechtsvermoeden geldt dat al het vermogen bij het einde van het huwelijk is ontstaan uit de gelden die eerder verrekend hadden moeten worden. Dit komt er op neer dat al het vermogen bij einde huwelijk wordt opgeteld en degene die meer dan 50 % van dit vermogen in bezit heeft, een geldbedrag aan de ander dient te voldoen ter afwikkeling van de verrekening. Aangezien de man het meeste vermogen heeft opgebouwd tijdens het huwelijk (denk bijvoorbeeld aan de waarde van de aandelen in de B.V.’s), zal hij een aanzienlijk bedrag met de vrouw moeten afrekenen.

Ondanks dat partijen destijds een volledige scheiding van hun vermogens wilden (koude uitsluiting), is hier in de praktijk weinig meer van gekomen. De vrouw kan weliswaar geen aanspraak maken op de goederen zelf (aandelen, onroerend goed etc.), maar toch zal de man wel de vrouw een goed deel van de waarde hiervan moeten vergoeden. Dit kan volgens de man nooit de bedoeling zijn geweest, zeker nu hij altijd er van uit ging dat zijn bedrijven volledig buiten beschouwing zouden worden gelaten bij een scheiding.

Periodieke en finale verrekenbedingen

Waar de schoen hier met name wringt, is dat partijen niet begrepen hebben welke verstrekkende gevolgen het opnemen van een verrekenbeding in de huwelijksvoorwaarden heeft.

Een verrekenbeding kan periodiek zijn, meestal in de vorm van een zogeheten Amsterdams verrekenbeding, waarbij partijen jaarlijks het overgebleven (‘overgespaarde’) inkomen met elkaar moeten verrekenen. In de praktijk doet bijna niemand dit en dan gaat het rechtsvermoeden een rol spelen bij de echtscheiding. Omdat het vrijwel onmogelijk is om jaren terug vast te stellen wat het overgespaard inkomen is, heeft de wetgever een simpele (maar niet altijd als eerlijk ervaren) oplossing gegeven in de vorm van het vermoeden dat al het vermogen bij einde huwelijk 50/50 verrekend moet worden.

Daarnaast kan er ook een finaal verrekenbeding in de huwelijksvoorwaarden opgenomen zijn. Een vaker voorkomende vorm is dat partijen afrekenen alsof zij in gemeenschap van goederen gehuwd waren geweest. Daardoor ontstaat geen gemeenschap, maar wordt wel al het vermogen aan het einde van het huwelijk op een hoop gegooid en financieel afgerekend over het totaal.

Verrekenbedingen zijn in het leven geroepen om de minst vermogende partij iets te laten opbouwen tijdens het huwelijk of om er voor te zorgen dat die partij na de scheiding niet berooid achterblijft. In het verleden zijn echter de nadelen die aan het uitvoeren of juist het niet uitvoeren van dergelijke bedingen kunnen kleven, wel eens onderbelicht gebleven.

Het komt ook met enige regelmaat voor dat het beding zelf een groot twistpunt bij de echtscheiding wordt, terwijl partijen er tijdens het huwelijk nog van uit gingen dat alles aan de ander toekwam. Het is overigens wel mogelijk om het rechtsvermoeden te ontkrachten, maar dan moet er wel een administratie zijn van goede kwaliteit waarmee bij wijze van spreken tot op de cent nauwkeurig kan worden vastgesteld wat ieder jaar had moeten worden afgerekend.  Bij een huwelijk van 25 jaar moet de administratie verder teruggaan dan de wettelijke bewaartermijn.

Vermogensoverdracht tijdens huwelijk

Een ander probleem dat hierboven wordt aangestipt, is die van de overheveling van vermogen tijdens het huwelijk. Als er geen gemeenschap is en de ene echtgenoot investeert in een goed van de ander, ontstaan regelmatig discussies over het bedrag dat bij einde huwelijk terug moet naar de andere echtgenoot. Is dit het oorspronkelijk geïnvesteerd bedrag, of juist het bedrag vermeerderd met de waardevermeerdering van het goed? En stel dat het goed nu minder waard is geworden, deelt de ander nu mee in het waardeverlies of niet? Wel de lusten, maar niet de lasten?

Voor 2012 koos de rechtspraak voor de nominale leer, ofwel alleen het geïnvesteerd bedrag moest terugbetaald worden en dat was het, tenzij sprake was van bijzondere omstandigheden. Sinds 2012 heeft de wetgever echter de beleggingsleer geïntroduceerd. Niet alleen de investering, maar ook de waardevermeerdering dient naar rato van de investering te worden terugbetaald. De beleggingsleer kent echter een keerzijde, want ook verliezen dienen door beiden te worden gedragen.

Hoe onvoorziene effecten te voorkomen? Er kan hier reeds in de huwelijksvoorwaarden iets over opgenomen worden, bijvoorbeeld doordat partijen expliciet opnemen dat waardevermeerdering wel of niet verschuldigd zal zijn bij verstrekkingen aan de ander uit het privé vermogen, maar het is beter om hier niet op te vertrouwen. Het blijft het meest verstandig om samen op papier te zetten hoe de investering juridisch gezien moet worden. Is het bijvoorbeeld een geldlening, of is het een gift? En als het dan geen van beiden is, moet nu wel of niet in waardevermeerdering of waardevermindering meegedeeld worden? Voorkomen is altijd beter dan genezen.

Laat uw huwelijksvoorwaarden zo nodig updaten

Ons kantoor heeft geen banden met het notariaat, dus dit is absoluut geen reclame. Het is echt verstandig om uw huwelijksvoorwaarden bij belangrijke wijzigingen in uw persoonlijke situatie te laten controleren door de notaris en waar nodig bij te laten werken. Bijvoorbeeld bij omzetting van een bedrijf van een eenmanszaak naar een B.V. Dan kan onder meer, als dat onduidelijk was in de oorspronkelijke voorwaarden, precies worden gedefinieerd wat onder inkomen begrepen wordt.

Het kan ook zijn dat u wilt dat uw partner een zeker bedrag aan geld of goederen krijgt bij echtscheiding, bijvoorbeeld omwille van uw minderjarige kinderen, maar dat u dat niet (meer) via een verrekenbeding wenst te doen, maar op andere wijze. Had u eerder al een verrekenbeding, dan rekent u tussentijds af en sluit u als het ware de rekening voordat de nieuwe voorwaarden van kracht worden.

Het updaten van uw huwelijkse voorwaarden heeft het grote voordeel dat u relevante zaken bewust regelt met uw partner voordat u in een strijd situatie terecht komt.

Hoe kan Veldhuijzen & Nuiten u helpen?

Maria Bowmer en Paul van Lange hebben ruime ervaring met complexe echtscheidingen waarbij huwelijksvoorwaarden een rol spelen. Daarnaast is Paul van Lange als mediator ook ervaren in het met partijen zoeken naar oplossingen bij vastgelopen discussies. Komt u er samen bij voorbaat niet uit, dan weet u snel waar u aan toe bent en wordt in overleg met u en uw adviseurs bepaald wat de verdere strategie gedurende de echtscheiding zal zijn.

Voor vragen over dit artikel of het maken van een oriënterende afspraak, neem dan gerust contact op met Maria Bowmer of Paul van Lange.

Neem contact op