Lagere transitievergoeding bij ontslag wegens slechte financiële situatie

Lagere transitievergoeding bij ontslag wegens slechte financiële situatie

Wij informeerden u al over de belangrijkste wijzigingen in het arbeidsrecht na invoering van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ), maar wellicht wist u nog niet dat er de mogelijkheid bestaat om een lagere ontslagvergoeding te betalen wanneer de werkgever zich in een slechte financiële situatie bevindt.

Per 1 juli 2015 moet de werkgever een verplichte transitievergoeding betalen als de werkgever een arbeidsovereenkomst opzegt, laat ontbinden of niet verlengt én de werknemer tenminste 24 maanden in dienst is.

Deze transitievergoeding bedraagt 1/6 maandsalaris per half dienstjaar voor de eerste 10 jaar van het dienstverband en 1/4 maandsalaris per half dienstjaar voor de daarop volgende dienstjaren.

Tot 1 januari 2020 geldt voor de werknemer die langer dan 10 jaar in dienst is en op het moment van het ontslag 50 jaar of ouder is, dat hij voor elk dienstjaar na zijn 50e recht heeft op een maandsalaris, maar dit alleen als de werkgever een bedrijf heeft met 25 of meer werknemers.

Voor kleine werkgevers met minder dan 25 werknemers geldt  tot 1 januari 2020 een overgangstermijn.

Onder recent bekend gemaakte voorwaarden mogen kleine werkgevers onder de overgangsregeling in het geval de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd wegens bedrijfseconomische omstandigheden voor de berekening van de duur van de arbeidsovereenkomst de maanden die gelegen zijn vóór 1 mei 2013 buiten beschouwing laten. Dat resulteert in een (soms veel) lagere transitievergoeding.

De nadere voorwaarden hiervoor zijn als volgt:

In de zogenaamde Ontslagregeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 worden (onder meer) regels gegeven over de voorwaarden waaronder een lagere transitievergoeding geldt.

Arbeidsjaren die gelegen zijn voor 1 mei 2013 kunnen voor de berekening van de duur van de arbeidsovereenkomst buiten beschouwing worden gelaten, indien:

  1. Het netto resultaat van de onderneming van de werkgever over de drie voorafgaande boekjaren kleiner is geweest dan nul. Het gaat dan om de boekjaren gelegen voor het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt of niet wordt voortgezet. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit de jaarrekeningen over de afgelopen drie boekjaren en de  winst- en verliesrekeningen.
     
  2. In de tweede plaats dient binnen de onderneming van de werkgever sprake te zijn van een negatief eigen vermogen aan het einde van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt of niet wordt voortgezet. Dit wil zeggen dat de waarde van de activa van de onderneming kleiner is dan de waarde van de passiva van de onderneming.
     
  3. Ten derde moeten de vlottende activa binnen de onderneming van de werkgever per het einde van het boekjaar dat eindigt voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt of niet wordt voortgezet, kleiner zijn dan de kortlopende schulden (schulden met een resterende looptijd van ten hoogste een jaar). Naar bedrijfseconomische maatstaven is van een dergelijke slechte liquiditeitspositie sprake als de zogenaamde current ratio minder dan 1 is.


Verder is in de Ontslagregeling geregeld dat indien in een boekjaar aan de eigenaar van van de onderneming geen loon is toegekend, voor de toepassing van voorwaarde 1. het resultaat van de onderneming wordt verminderd met een forfaitair bedrag.

Het gaat hier om cumulatieve voorwaarden en het is aan de werkgever die gebruik maakt van de mogelijkheid om een lagere transitievergoeding te betalen om aan te tonen dat aan deze voorwaarden voldaan is.

Hoe kan Veldhuijzen & Nuiten u helpen?

Wij zijn u graag van dienst bij het voorbereiden en begeleiden van individuele of collectieve ontslagprocedures. Neem gerust contact met ons op, dan kunnen wij de mogelijkheden bespreken. Jaap Wijnja is ons contactpersoon voor vragen met betrekking tot de Wet Werk en Zekerheid.

Neem contact op


Naar het overzicht