Faillissementsaanvraag: steunvordering of niet?

Wanneer iemand in de staat verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, dan kan hij failliet worden verklaard door één of meer van zijn schuldeisers. Daarvoor moet de aanvragende schuldeiser feiten en omstandigheden aanvoeren die aantonen dat de schuldenaar niet meer betaalt. De schuldeiser moet dan naast zijn eigen vorderingsrecht aantonen dat er ten minste nog één andere opeisbare vordering onbetaald wordt gelaten: de zogeheten steunvordering.

De wet geeft niet meer aan dan dat ‘summierlijk’ moet blijken dat de schuldenaar is opgehouden te betalen. Dit betekent dat de rechter die de faillissementsaanvraag behandelt geen diepgaand onderzoek pleegt naar de gestelde vorderingen. Er wordt dus al snel aangenomen dat sprake is van meerdere onbetaalde schulden, protesten van de schuldenaar ten spijt. Het bijzondere is dat de aangedragen steunvordering niet een eigen vordering van de aanvrager is, maar van een derde die niet eens bij de zitting aanwezig is en dus ook niet instaat voor de juistheid van de door de aanvrager gebruikte gegevens.

Degene die wordt geconfronteerd met een faillissementsaanvraag moet dan ook meteen handelen indien de vorderingsrechten van één of meerdere schuldeisers worden betwist. Bij de zitting zullen al zoveel mogelijk concrete zaken moeten worden aangedragen om de eis te ontkrachten. Ook is het mogelijk om ter zitting te laten zien dat bepaalde schulden reeds zijn voldaan en dus niet meer als steunvordering kunnen dienen. Dan is geen sprake meer van pluraliteit van schuldeisers en wordt de aanvraag afgewezen.

Dat dit criterium al snel tot faillissement leidt, kan tot bijzondere situaties leiden. Zo ook in arrest van de Hoge Raad uit 2013. Jemnice en Sof zijn op 14 november 2012 failliet verklaard. De aanvrager bediende zich daarbij van een aantal steunvorderingen. Jemnice en Sof zijn het niet eens met de uitspraak en gaan in hoger beroep. Het gerechtshof houdt de uitspraak in stand omdat er nog steeds sprake zou zijn van een viertal steunvorderingen. Jemnice en Sof gaan vervolgens in cassatie. De klachten gaan samengevat over de wijze waarop het gerechtshof heeft aangenomen dat er steunvorderingen aanwezig waren:
  1. Er stond een rekening van een taxateur open, maar de failliet was volgens de beschikbare gegevens niet de opdrachtgever voor die taxatie;
  2. Er zou volgens het hof nog een restschuld bij de belastingdienst bestaan, maar op de zitting bij het hof had Jemnice betalingsbewijzen overgelegd.
  3. De curator had gemeld dat de accountant van Jemnice nog een vordering zou indienen. Jemnice had echter op de zitting ook recente betalingsbewijzen van de accountant overgelegd. 
  4. De vierde steunvordering betrof een achtergestelde lening.
     

De Hoge Raad acht de overwegingen van het hof in de eerste drie  gevallen onbegrijpelijk in het licht van hetgeen Jemnice had aangevoerd en de betalingsbewijzen die zij had overgelegd.

Ten aanzien van de achtergestelde lening wordt fijntjes opgemerkt dat reeds in 2008 door de Hoge Raad is beslist dat wanneer de enige steunvordering een achtergestelde lening betreft,  slechts in bijzondere omstandigheden kan worden beslist dat de schuldenaar is opgehouden te betalen. De achterstelling houdt immers naar zijn aard in dat de schuldeiser achteraan in de rij staat. Van die bijzondere omstandigheden was niet gebleken.

Het bijzondere van de zaak is dat het faillissement ten tijde van de uitspraak van de Hoge Raad al meer dan acht maanden oud was. Als het faillissement uiteindelijk wordt vernietigd, dan komt de aanvrager voor een onaangename verrassing te staan, want hij is dan de faillissementskosten inclusief het salaris van de curator verschuldigd. Als het faillissement al bijna een jaar oud is, kan hij nog een stevige rekening verwachten.

Deze uitspraak van de Hoge Raad lijkt een signaal aan de rechtbanken en hoven  dat zij steunvorderingen zorgvuldiger moeten beoordelen. Dat kan alleen maar als een goede ontwikkeling worden gezien. Het loont in ieder geval zowel de aanvrager als de schuldenaar om gedegen huiswerk te verrichten om de vordering te onderbouwen dan wel te ontkrachten.

Hoe kan Veldhuijzen en Nuiten u helpen?

Mocht u met een onterechte faillissementsaanvraag worden geconfronteerd, neem dan in een zo vroeg mogelijk stadium contact op met Tim Haster. Hij kan u snel van doeltreffend advies dienen en waar nodig onderhandelingen voeren om de zaak tot een oplossing te brengen voordat u bij de rechter staat. Ook als het faillissement reeds is uitgesproken, kunnen wij u helpen bij een verzet of hoger beroep. Let echter op de korte termijnen: acht dagen voor verzet en veertien dagen voor hoger beroep!

Neem contact op