Wanneer is bij faillissement sprake van een boedelschuld?

Bij faillissement geeft het ontstaan van een boedelschuld de schuldeiser kort gezegd aanspraak op "onmiddellijke" uitkering uit de "boedel" zonder het verificatieproces af te hoeven wachten. Boedelschuldeisers staan bij verdeling van de boedel bovenaan en hebben daarmee de meeste kans op een uitkering. Het is dus belangrijk om te weten wanneer er sprake is van een boedelschuld.

Juist vanwege het feit dat boedelschulden deze voorrang geven, buiten de verificatie van gewone schuldeisers om, is de wetgever terughoudend geweest in de toekenning hiervan. Boedelschulden moeten over het algemeen een wettelijke grondslag hebben.

Bekende wettelijke grondslagen zijn artikel 39 Faillissementswet, waarin wordt bepaald dat de huur verschuldigd na datum faillissement tot boedelschuld wordt verheven en artikel 40 Faillissementswet, dat bepaalt dat het loon van de werknemers na datum faillissement een boedelschuld is. Om de omvang van de boedelschulden te beperken, zal de curator over het algemeen na faillissement zo snel mogelijk tot opzegging van deze overeenkomsten overgaan.

Andere boedelschulden volgen niet rechtstreeks uit de wet, maar zijn door de rechtspraak als boedelschulden bestempeld. In het arrest De Ranitz q.q./ Ontvanger (HR 28 september 1990) bepaalde de Hoge Raad dat het salaris van de curator een boedelschuld is en dat dit zelfs voorrang heeft boven alle andere boedelschulden.

Daarnaast zijn er bepaalde boedelschulden die ontstaan door 'toedoen' van de curator. De curator huurt een slotenmaker in om de sloten van het bedrijfspand te vervangen of schakelt een taxateur in. In deze gevallen zou het wrang zijn indien de schuldeiser tot het einde van het faillissement zou moeten wachten op betaling. In praktische zin zou de curator dan ook weinig gedaan krijgen.

De vraag was lange tijd hoe ver dit 'toedoen' criterium ging, met name wanneer de curator overeenkomsten beëindigde en hieruit kosten of schade voortvloeiden voor de andere partij. In een aantal arresten heeft de Hoge Raad bepaald dat deze kosten boedelschuld worden op het moment dat de curator opzegt. In het arrest Circle Plastics (HR 18 juni 2004) bepaalde de Hoge Raad bijvoorbeeld dat de kosten van ontruiming van een bedrijfspand na opzegging van de huurovereenkomst door de curator een boedelschuld vormde. Op deze uitspraken is veel kritiek gekomen, want in veel gevallen vloeit de schade niet voort uit de opzegging, maar uit verplichtingen die al bij het aangaan van de overeenkomst zijn overeengekomen of schade die al voor het faillissement is ontstaan.

Op 19 april 2013 is de Hoge Raad dan ook voor dit kritiek gezwicht en is de Hoge Raad in een zeldzame principe uitspraak van dit 'toedoen' criterium afgestapt. In dit arrest betrof het schade aan de gevel van een gehuurde bedrijfspand, welk aantoonbaar voor het faillissement was veroorzaakt. De verhuurder stelde dat de schade als boedelschuld vergoed diende te worden, aangezien het pand weer in dezelfde staat diende te worden opgeleverd als bij aanvang van de huurovereenkomst. Uit de eerdere arresten van de Hoge Raad zou dit ook impliciet volgen.

De Hoge Raad komt nu echter tot een ommekeer. Het past niet in het stelsel van de faillissementswet dat, wanneer de curator in het belang van de boedel de huur beëindigt, de schadevergoedingsverplichting die hiermee ontstaat een boedelschuld wordt op de enkele grond dat zij is ontstaan door een rechtshandeling (toedoen) van de curator.

Is daarmee alle eerdere jurisprudentie van tafel? Niet helemaal. De Hoge Raad voegt hieraan toe dat wanneer zich een situatie voordoet zoals in Circle Plastics (de curator levert het gehuurde niet leeg op), de verhuurder kan verlangen dat de curator alle tot de boedel toebehorende zaken uit het pand verwijdert. Als de curator hier niet aan voldoet, is nog steeds sprake van een boedelschuld.

Het toedoen criterium is derhalve met dit arrest ingeperkt, maar als er sprake is van een verplichting die werkelijk aan de curator toebehoort na faillissement, dan is nog steeds sprake van een boedelschuld.

Samenvattend zijn er dus drie categorieën boedelschulden:

  • Op basis van de wet;
  • Schulden door de curator aangegaan ten behoeve van de afwikkeling van het faillissement;
  • Schulden ten gevolge van handelen van de curator dat in strijd is met een eigen verplichting van de curator na faillissement.

Hoe kan Veldhuijzen & Nuiten u helpen?

Als u in een geschil verzeild raakt met een curator omtrent de vraag of een bepaalde schuld een boedelschuld is, geven wij u graag advies. Wij hebben een ervaren team van faillissementsadvocaten die namens u richting de curator actie kunnen ondernemen.

Voor vragen of meer informatie over dit artikel, kunt u contact opnemen met Maria Bowmer.

Neem contact op