Co-ouderschap en gelijkwaardig ouderschap: geen synoniemen

Op 1 maart 2009 is de 'Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding' in werking getreden. Hierin wordt tot uitgangspunt genomen dat een kind na scheiding recht heeft op omgang met en verzorging door beide ouders. De wet verplicht ouders om bij de scheiding een ouderschapsplan op te stellen waarin zij regelingen treffen voor de toekomstige verzorging van het kind. Gezamenlijk gezag van beide ouders is steeds het uitgangspunt. Slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden kan een ouder nu uit het ouderlijk gezag worden gezet.

Volgens de wet (artikel 1:247 Burgerlijk Wetboek) houdt het ouderlijk gezag de verplichting in om de ontwikkeling van de banden van het kind met de andere ouder te bevorderen en heeft het kind recht op gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders.

De regering heeft met dit wetsvoorstel beoogd in de wet te verankeren dat beide ouders na de scheiding verantwoordelijk blijven voor de verzorging, opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen. Volgens de regering met de volgende (vrij simpele) achtergrond:

"Het is immers in het belang van het kind dat het contact heeft met beide ouders."

De wet is in grote lijnen gebaseerd op een initiatiefwetsvoorstel dat er van uit ging dat gelijkwaardig ouderschap ook inhield het recht om op gelijke wijze de kinderen te verzorgen, oftewel dat er sprake zou zijn van co-ouderschap, tenzij er sprake zou zijn van een daadwerkelijke praktische belemmering in de uitvoering hiervan. Velen meenden ook dat de uiteindelijke wet op deze wijze geïnterpreteerd diende te worden. De minister heeft echter later toegelicht dat het recht op gelijkwaardig ouderschap niet automatisch moet worden vertaald in 50/50- tijdsverdeling tussen de ouders. In de praktijk zou maatwerk de oplossing zijn en niet een verplichting om de kinderen 50 % van de tijd te verzorgen.

Als ouders in staat zijn om goed te communiceren over de kinderen, dan is er vaak geen probleem met de verdeling van de zorgtaken. Het idee dat moeder thuis blijft en voor de kinderen zorgt en de man werkt is een lang achterhaald idee en met ouderschapsverlof, thuiswerken en flexibele uren zijn vaders tegenwoordig veel meer betrokken bij de opvoeding. Co-ouderschap is dan ook in veel gevallen praktisch mogelijk en door veel ouders gewenst.

De ‘klassieke’ omgangsregeling van eenmaal per twee weken wordt ook door veel rechters niet meer toegepast. De vraag was echter hoe de rechterlijke macht het recht op gelijkwaardig ouderschap zou interpreteren. Er is immers een groot verschil tussen het uitgangspunt "gelijke verzorging tenzij..." en de situatie "moeder verzorgt tenzij...". Na bijna vier jaar is duidelijk dat er grote verschillen zijn in uitspraken omtrent verzorging van de kinderen na echtscheiding. Sommige rechters interpreteren de regeling inderdaad als gelijke verzorging tenzij en zijn zeer terughoudend met het toelaten van uitzonderingen en anderen zijn juist weer zeer behoudend als het op co-ouderschap aankomt en lijkt er weinig veranderd ten opzichte van de situatie van voor invoering van de wet. Een van de doelstellingen van de wetgever; om een overzichtelijke situatie te creëren waarbij de rechten en verplichtingen van de ouders duidelijk zijn, lijkt dan ook niet te zijn gehaald.

In 2010 heeft de Hoge Raad bovendien uitdrukkelijk van de hand gewezen dat het gelijkwaardig ouderschap verplicht tot een 50/50 verdeling van de tijd dat een kind bij een ouder doorbrengt. In de uitspraak van 21 mei 2012 (LJN: BL7407) speelde het volgende. Vader en moeder waren uit elkaar gegaan en moeder was bij haar ouders ingetrokken aan de andere kant van het land. Partijen werden het niet eens over een omgangsregeling en feitelijk woonde het kind dan ook al twee jaar in een nieuwe omgeving. De vader beargumenteerde dat het kind recht had op gelijkwaardig ouderschap en dus op gelijke verzorging door beide ouders. De moeder had dit bewust tegengewerkt door zo ver weg te gaan wonen en de vader eiste dan ook dat het kind weer bij hem in de oude woonplaats zou worden ingeschreven. Zowel de rechtbank als het gerechtshof in hoger beroep hadden echter besloten dat het in het belang van het kind was dat deze in een hem vertrouwde omgeving bleef bij moeder en stelde een omgangsregeling vast van eenmaal een weekend per twee weken met vader. De Hoge Raad liet deze beslissing in stand:

"Het hof heeft immers de ene ouder niet meer of minder gelijkwaardig geacht dan de ander met betrekking tot hun verzorging- en opvoedingstaken of over het hoofd gezien dat ouderlijk gezag mede omvat de verplichting om de ontwikkeling van de banden van het kind met de andere ouder te bevorderen, maar bij zijn (...) beslissing bij afweging van de betrokken belangen van de vader, die van de moeder en die van het kind het belang van [de zoon] het zwaarst te laten wegen. Daarbij heeft het hof kunnen betrekken dat het jonge kind sedert de verhuizing zijn woonomgeving en schoolsituatie in [Plaats B] heeft en dat het belang heeft bij stabiliteit."

Deze uitspraak zal velen wrang in de oren klinken. Nog wranger is de tendens die in de rechtspraak te bekennen is om een verzoek op basis van co-ouderschap bijna automatisch af te wijzen als de communicatie tussen de ouders slecht is of de indruk bestaat dat deze problemen geeft. De achterliggende gedachte is dat gelijke verzorging noodzaakt tot meer communicatie tussen de ouders over de opvoeding en over de kosten van de kinderen. Deze argumentatie overtuigt echter niet, zeker wanneer het de rechter vrij staat om een gelijkwaardige omgang te bepalen en om een ouder alimentatie op te leggen, zodat één ouder de verantwoordelijkheid krijgt voor de externe kosten van het kind. De ouders voldoen dan verder ieder de eigen kosten voor het verblijf van het kind bij hen. Bij co-ouderschap zijn er vaak juist minder wisselmomenten voor het kind dan bij een 'gewone' omgangsregeling zodat de kinderen ook in dat opzicht stabiliteit wordt geboden.

Dat het ook anders kan, bewijst een recente uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch (LJN: BV6414). De rechtbank had bepaald dat het kind in kwestie iedere twee weken een weekend en iedere woensdag bij vader zou verblijven. De vader wenste echter een regeling waarbij het kind week om week af bij hem was op basis van co-ouderschap. De ouders woonden dicht bij elkaar (in dezelfde straat) en vader was in staat om thuis te werken als het kind bij hem verbleef. Ondanks dat de oude omgangsregeling reeds 2,5 jaar gold, overwoog het gerechtshof als volgt:

"In dit geval acht het hof een 50%-50% verdeling wel aangewezen, nu noch uit de gedingstukken, noch uit het behandelde ter zitting is gebleken van enige contraindictie aan de zijde van de zoon of de vader die aan een co-ouderschapsregeling in de weg staat.
De stelling van moeder dat er slechts bij één opvoedingsklimaat (bij de moeder) het zwaartepunt dient te worden gelegd en met de andere ouder (de vader) een omgangsregeling moet komen volgt het hof in dit geval niet. (...) Het feit dat verbale communicatie tussen partijen thans niet optimaal is, doet hieraan niet af. Gebleken is dat de ouders wel  communiceren per e-mail en bij de overdracht-momenten."

Co-ouderschap werd dus in dit geval toegewezen en er wordt ook praktisch gekeken naar andere mogelijkheden voor communicatie tussen de ouders. Helaas zijn niet alle rechters zo kordaat.

Hoe kan Veldhuijzen & Nuiten u helpen?

Bij echtscheiding of beëindiging van partnerschap of samenleving is het belangrijk om u in een vroeg stadium te laten adviseren door een advocaat als u er niet van uit kunt gaan dat u met uw aanstaande ex-partner tot goede afspraken kunt komen over de kinderen. Het belang van het kind dient voorop te staan en er zijn vele regelingen te bedenken die recht doen aan de rechten van het kind én beide ouders. De ervaring leert dat een eenmaal gedoogde situatie of voorlopige regeling al snel voor de rechter de houvast vormt voor de definitieve regeling.

Veldhuijzen & Nuiten staat voor u klaar met een team van ervaren familierechtadvocaten en kan snel met u een strategie bepalen en u in de verdere procedure bijstaan. Als u vragen heeft naar aanleiding van dit artikel of een afspraak wenst te maken, neem dan contact op met Sabine Imdahl.

Ook kunnen wij u helpen om zonder (dure) rechtszaak tot een oplossing te komen door middel van mediation. Onder begeleiding  van een ervaren en neutrale mediator bespreekt u samen met uw partner de beste oplossing en maakt u samen afspraken over de toekomst. De ervaring leert dat deze afspraken beter werken dan een door de rechter opgelegde regeling omdat partijen zelf tot een oplossing komen. Voor meer informatie over mediation kunt u contact opnemen met Paul van Lange.

Neem contact op