De gezagsvoorziening: wanneer omgang met de kinderen na de scheiding niet werkt

U heeft ten tijde van de echtscheiding met de beste bedoelingen een ouderschapsplan gesloten voor de kinderen. Daarin stonden afspraken over de omgang met en de verzorging van de kinderen. Of de rechter heeft die afspraken in een uitspraak opgelegd. Maar wat als deze afspraken na verloop van tijd niet blijken te werken of de andere ouder de inhoud hiervan constant anders interpreteert dan volgens u de bedoeling was?

Een aantal voorbeelden:

  • U komt in het ouderschapsplan overeen dat u in onderling overleg de vakanties zult verdelen, maar als het er op aankomt, is er altijd strijd over de vakanties, welk voorstel u ook doet.
  • U wilt met de kinderen verhuizen, maar uw ex-partner geeft geen toestemming hiervoor.
  • Uw ex-partner frustreert de omgang op belangrijke momenten, bijvoorbeeld door stelselmatig te weigeren om omgangstijden te ruilen voor belangrijke familieaangelegenheden, verjaardagen etc.
  • Uw ex-partner exploiteert onduidelijkheden in het ouderschapsplan ten eigen voordele en ten koste van uw kind.
  • Uw kind heeft na een aantal jaren bepaalde wensen (bijvoorbeeld een nieuwe sport of hobby) die aanpassing van de omgangsregeling wenselijk maken, maar uw ex-partner houdt vast aan de oude regeling.

Als u alle mogelijkheden uitgeput heeft om in onderling overleg een werkbare regeling te treffen, dan kunt u als gezaghebbende ouder aan de rechter vragen een zogeheten gezagsvoorziening te treffen op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek om het geschil op te lossen. Volgens dit artikel neemt de rechtbank vervolgens een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Voor velen is een stap naar de rechter een grote stap, maar een procedure heeft in ieder geval het positieve effect dat de rechter een dialoog afdwingt tussen partijen. De kinderrechter zal er ook het nodige aan doen om te proberen partijen alsnog in onderling overleg een oplossing te laten vinden. Dat kan via mediation of ter zitting. Vaak is de uitspraak van de rechter, als deze er al komt, een bevestiging van nieuwe afspraken die partijen zelf hebben gemaakt.

De gezagsprocedure is ook een snelle procedure. Binnen zes weken na indiening van het verzoekschrift vind er in principe een zitting plaats. Uw ex-partner mag een verweer indienen en kan ook zelfstandig verzoeken bij de rechter neerleggen. Deze worden dan ook meteen op de zitting behandeld. Over het algemeen is er binnen 12 weken een uitspraak en als het goed is ook duidelijkheid.

In echt spoedeisende gevallen kan (ook) een kort geding noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer er onenigheid is over een al snel naderende vakantie. Het kort geding is een noodverband op korte termijn. Voor een definitieve oplossing zal vaak daarnaast ook een gezagsprocedure noodzakelijk zijn om problemen in de toekomst te voorkomen.

Hoe kan Veldhuijzen & Nuiten u helpen?

Als u problemen heeft bij de uitvoering van de omgangsafspraken, kunnen onze ervaren familierechtadvocaten met u een plan van aanpak opstellen. Eerst zal worden getracht om zonder procedure de zaak op te lossen, al dan niet via mediation. Lukt dat niet, dan geven wij u een volledige analyse van de kansen van een gerechtelijke procedure, zodat u weloverwogen de beslissing kunt nemen om deze wel of niet te starten.

Voor meer informatie of vragen over dit artikel kunt u contact opnemen met Maria Bowmer of Sabine Imdahl.

Neem contact op